|
WATERLAND IN
KWATRIJNEN
Arnaldo
Voor Carla
Weggewist in de tijd terug
schreven meeuwen jouw naam vlug
tegen wolken in sierlijk spiegelschrift
boven de Schellingwouderbrug.
|
Durgerdam
Waar schandblok en de boten
stil en onbemand verschoten
bij de dijk in Durgerdam
tussen smalle watersloten.
In 't komend ochtendlicht
hindert de windmolen mijn zicht
de botters zijn verdwenen
bomen op de dijk gezwicht.
|
|
Dauwtrappen
Onderaards broeit meer dan groeit
als harde wind de boomgaard snoeit
na de storm het gras zich richt
jij je met wandelen vermoeit.
Wat jou met het gras verbond
als je vanaf de grond terstond
de dauwdruppels schoppend
naar de hemel zond.
|
|
Zonlicht
Het licht trilde in kleuren om ons heen
vol van pracht dat ongelooflijk scheen
en steeds opnieuw vreugde schonk
aan jou, mezelf, aan iedereen.
|
|
Paaslam
Zo voor Pasen huppelden ze elk uur
een tiental lammeren wit en puur
Blèrend blatend naar elkaar
ze wisten niet, 't was van korte duur.
|
|
Regen
De regen roffelt tegen glas
en zachtjes op je jas
vogels tjilpen, klokken slaan
water vormt een kleine plas.
Duizenden druppels dalen bewegend
wat heerlijk het regent, het regent
tekenen kringen in de plas
waarin je jezelf herkent.
De regen is weer regen
verdroogden voelen zich genegen
nu het stil wordt in huis
valt buiten Gods zegen.
|
|
Terug
Korte schaduwen vallen over de sloten
vormen in het rode kroos en op de boten
met het warme zomerlicht bonte lijnen
als in kinderdromen, heb ik genoten.
Fietsend naar Amsterdam mijn grote stad
denk ik aan Waterland als een verborgen schat
het licht elke week weer anders, één moment
zomaar op de dijk in 't gras, soms droog, soms nat.
|
|
Fanfare
Gevoelens overlappen elkaar
raken in 't hart de kwetsbare snaar
op dit land, vreugde en verdriet
komt, komt, luister en kijk ernaar.
Klanken stijgen in harmonie
tonen klinken tot melodie
een oerschreeuw over het water
komt, komt, luister en zie.
|
|
Holysloot
De eerste maal naar het land met weinig bomen
trouwde er de vrouw van mijn dromen
verlegen zaten we zondags op het terras
als kind, wil ik altijd blijven komen.
Twee kerkjes en een brede sloot
het haventje met één grote boot
wat aan de kant verscholen
Holysloot, niet groter dan een noot.
|
|
Ochtend
Op zo'n heldere ochtend met zilveren wolken
die dansend en bewegend kolken
met niets dan een bruisend begin
onuitspreekbaar mijn geest bevolken.
Op zo'n zomeravond moest het zijn
gevuld met tedere liefdespijn
een uur van zachte winden
glazen leeg van rode wijn.
Nu je hart zich heeft gegeven
laat je wens niet ongeschreven
laat de nacht het weten
nu het donker ons laat leven.
|
|
Wind
Wanneer zij door de bomen gaat
zacht de blad'ren streelt en slaat
componeert de wind een melodie
die ons, fantaseren laat.
|
|
Geboorte
Regen trekt de wereld dicht
verkleint ons leven en zicht
druppels smelten op hun plaats
langzaam sterft het licht.
Paarden, koeien worden steen
vogels, vlinders trekken heen
verduisterd zijn boerderij en dier
waar eens het zonlicht scheen.
Verschijnt de zon dan onverwacht
op boerderijen, paard en vacht
kijk hoe licht het donker overwon
heel het land springt open en lacht.
|
|
Uitdam
Een korte torenspits de daken rood
auto's wringen langs haar schoot
huisjes schilderachtig opééngeperst
helaas, het fietspad loopt er dood.
|
|
Plek
Hier waait steeds de wind
in golvend gras speelt een kind
stroomt merkbaar het water
en einders waar je jezelf vindt.
Houden van dit groene land
't wijde water het brede strand
plezierboten varen statig langs
aan deze plek ben ik verwant.
Verlang je nimmer naar het zand
van een ver en vreemd land
daar waar heet de zon
de aarde dor en doods verbrandt.
|
|
Vondst
Vindt de boerin een vreemde schat
vol roest en schimmels de klei nog nat
eeuwen terug begraven en vergeten ?
als getuige, in de grond een diep gat.
|
|
Gedachten
Traag stroomde het Die
van waar naar wie ?
terwijl jij lui lag in het gras
riep ik luid, sta op en zie.
Daar ging stil een boot
over dat Die, de brede sloot
jij luisterde naar de leeuwerik
die een melodietje floot.
Wat eenden met gesnater
dierentaal over het water
ik dacht alleen aan jou
aan het heden en later.
|
|
Libellen
Twee libellen die tussen het riet hangen
probeerden zo het licht te vangen
blauw, boven stil water zonder rimpeling
groeide een onweerstaanbaar verlangen.
|
|
Kalverenliefde
Wij beminden onder hoge bomen
lieten vele sterren komen
zelden waren dromen helder
niemand kon zijn hartstocht tomen.
Smolt ik als een suikeren rots
door bloed, verlangen en je trots
maar onze liefde was zo dun
als ijs, van één nacht vorst.
|
|
Wolken
Als het licht zich naar binnen keert
en de zon niet wederkeert
verschijnen kou en duisternis
donker, dat voor licht zich weert.
Een zonneharp breekt de hemel onverwacht
vlekt weilanden waar het lacht
hoger dan een kathedraal staan wolken
speels, straalt het zonlicht zacht.
|
|
Buitenhuis
Buiten tast verdriet aan hoge wanden
vindt deur noch raam langs scherpe randen
vier muren gesloten door het leven
ze blijven er met lege handen.
Buiten de grens van kennis is haat
raast een wereld waar niemand gaat
dit als liefde in een dor land
daar groeit geluk te laat.
|
|
Luisteren
Door wilgen waar het begon
stak speels de zomerzon
tekende spatjes zonneschijn
waar jij mij overwon.
Schonk vreugde zo ik bad
in stil kijken zo ver van de stad
ik luisterde en luisterde
naar wie gesproken had.
|
|
Onweer
Met harde wind en felle stoten
dringt de regen door de loten
trekt dan vlug haar grijs gordijn
zo, dat alles wordt gesloten.
Vreemde groene kleuren in de lucht
bliksem snijdt wolken in hun vlucht
tot op de doorweekte grond
wordt alles met donderend geweld getucht.
Onverwacht laat de zon voorzichtig gaan
haar prachtig doorschijnend bestaan
haar lichte stralen over wat te lang
te lang in 't donker heeft gestaan.
|
|
Herfst
Zomerkleren uit winterkleren aan
heus de zomer is gedaan
laat ons na wat kleuren en wat fruit
brengt heel de groei tot staan.
Het blad hangt even zwevend stil
voor ieder die kijken wil
herfstbladeren vielen gisteren
morgen bewegen takken kaal en kil.
Nu de herfst voor het eerst begint
gaan honderd bladeren in de wind
als honderd gekke mannetjes
vergeten is het leed, ik voel me kind.
|
|
Veemarkt
Ze haten steden, willen er niet dood
liggen desondanks dronken in de goot
gaan stiekem naar de meiden
verdrinken in hun schoot.
Zie de vette koppen staan
jenever achterover slaan
zie de dikke buiken
hangen laag en welvoldaan.
Beschaving is hier verloren
ze striemen koeien om de oren
en schoppen naar het vee
wee, die als dier is geboren.
|
|
Licht
Nu trekken tractoren
diepe rechte sporen
over drassig land
heel ver weg een toren.
Hollandser groeit het licht
grijzer dan wit het zicht
daar waaruit het geboren is
zo helder en zonder gewicht.
Nog wacht de winter af
kort streng de dag
wil alleen maar donker zijn
verlangen naar licht is straf.
|
|
Ransdorp
Een platte toren onder mijn gestrekte hand
als Godsbaken in dit vlakke land
wij wandelen nu op asfalt
zoals Rembrandt op het zand.
|
|
Winter
Als de gure winden gaan
plassen in de modder staan
tussen herfst en het voorjaar
stinken steigers naar teer en taan.
Wanneer alles stil vervaagt
geen mens zich buiten waagt
kraaien levenloos aan takken hangen
kil de dood weer daagt.
Zie je geen sprookjesachtig licht
doch schimmen voor je gezicht
en een listig silhouettenspel
dan huilt dit land gelijk een wicht.
Zoals het al jaren gaat
verkeert alles in ijzige staat
wordt het land koud en hard
dan vlucht ik gauw en haat.
|
|
Tekening
Tekenen met de vinger in de lucht
langs bloemen en vogels in hun vlucht
langs wolken met lichte randen
stil en zonder woorden, ik zucht.
|
|
Zwanen
Over het donkere water
kwamen zij statig nader
twee grote witte zwanen
het geklap en gedruis kwam later.
Even gauw als zij verdwenen
kwamen veel gedachten inenen
één moment dat ik ze in de ogen keek
twee zwanen vlogen samen henen.
|
|
Nacht
Er staat een rode ster
beweegt langzaam nader
anders dan je dacht
onbereikbaar en ongrijpbaar ver.
In dat hemels gewelf
een diep zwart gedelf
schuilt eeuwig een geheim
oneindig groter dan jezelf.
|
|
Waterland
Waterland is ons toegankelijk paradijs
's zomers zonnen 's winters op het ijs
anderen zien het maar als een moeras
horen niet de leeuwerik en zijn niet wijs.
|
|
|
Colofon
De bundel 'Waterland in kwatrijnen'
van Arnold Nieuwendam bevat een selectie
uit de jaren 1988-1991 en is bovenal
een ode aan het terugkerend licht.
De eerste uitgave verscheen in 1992.
Dit is de tweede oplage.
Uitgave: Arnaldo
© Beeldrecht - Amsterdam -
1994
De bundel is uitverkocht
|
|