ho  arn  olie  ont  die  poe  exp  pen  git  ck  lnk  ad kok


VOORBIJ DE DIJK

Een fietstocht door WATERLAND 

Arnaldo

Afscheid van Holysloot 
doet soms pijn
wie zou hier niet 
altijd willen zijn

 

 


Amsterdam
ligt nog te slapen
dauw druppelt
van de daken
Buren staan gapend 
voor hun raam
duiven lopen 
op de baan
Het is rustig
langs de gracht
onze banden 
suizen zacht

Op de brug
bij Schellingwou*
is het zweten 
ondanks de kou
Bij Het West-End* 
een eerste rust
voor wie koffie 
én een broodje lust
Over Durgerdam 
vliegen lepelaars
in de polder 
turen vogelaars

 


Vroeger stonden
werven langs de kade
houten steigers
om te lossen en te laden
Er werd gezaagd
in zware balken
voor overnaadse
sloepen en tjalken
Rietsnijders
sneden dakbedekking
waren onwetend
dat dit wegging

Het rook daar
naar traan en teer
walvisvaarders
ziet u er niet meer
De touwslager en visroker
werkten nabij de dijk
zeehandel en vissersvloot 
vertrokken uit de wijk
Er stonden windmolens
papier werd er gemaakt
al deze werkzaamheden
zijn heden gestaakt

 


De Sneltram 
zal gaan rijden
om de IJburgers 
te verblijden
Alle mensen 
moeten wonen
naar het boerenland 
toe komen
Bouw Nederland vol 
tot in het water
het Hollands Landschap 
is zorg voor later

Een volksstemming 
plots omgeslagen
burgers door gegoochel 
met cijfers verslagen
Eens woonden vogels 
op die modderslijk
deze waterbewoners 
zoeken een ander rijk
Vijftigduizend kwamen
daar wel foerageren
de ringslangen verdwijnen 
waar de zandschuiten aanmeren

 


Spuit zand erover
hei de palen
plant boompjes 
langs rechte lanen
Asfalt huizen
nieuwe wegen
komt de gemeente 
niet ongelegen
Durgerdammers 
kunnen het bezuren 
door voortaan 
naar IJburg te turen

De dijk slingert 
langs IJdoorn
Carla rijdt 
van voren
Overweldigend 
is het uitzicht
water weerspiegelt
wonderlijk licht
Aalscholvers 
vliegen af en aan
beelden die eeuwig 
blijven bestaan

 


Vakantiehuisjes 
rond het Kinselmeer
de families komen 
elke zomer weer
Wedstrijdzeiltjes 
staan strak
waar eens 
de dijk doorbrak
Mens en dieren
moesten vluchten
de levenden
hun doden verzuchten

Paling vangen 
wordt nog steeds gedaan
lange stokken 
staan hier kort vandaan
Op een schelpenstrand 
spelen kinderen
het naaktzwemmen
is niet te verhinderen
Torens met of 
zonder kruis
sieren aan de horizon 
Gods huis

 


In het voorjaar 
gaan wij vogels horen
wandelaars auto's
snelle motoren
Komen dan 
de stad uit vluchten
om even lekker 
door te luchten
Nu is het nog 
veel te vroeg
alles is dicht
de kerk en de kroeg

Grutto's zoeken 
in water naar voedsel
Futen zwemmen 
met hun eerste broedsel
Twee gestreepte jongen 
op moeders rug
een tureluur 
roept helder en vlug
Oorverdovend 
klinkt een kikkerkoor
het komt uit een slootje 
wat ik hoor

 


Een Reiger stapt 
omzichtig door 't gras
is met dat gekwaak 
blijkbaar in zijn sas
Boven zijn kop 
ontstaat een fel gevecht
grote kraaien vluchten
het is beslecht
Kieviten en zwaluwen 
zitten hen nog even na
zo zie en hoor ik veel 
vanwaar ik sta

Witzwarte Kluten
stappen hoog op de poten
groepjes meeuwen
volgen vissersboten
Duiven en mussen 
lijken zo gewoon
die zijn er veel 
ook waar ik woon
Rietzangers wulpen
scholeksters en bergeenden
zijn in deze streek
beslist geen vreemden

 


Bij Uitdam komen steeds
grotere schepen aanmeren
In De Scheepskameel* 
is het goed verkeren
Het snelverkeer 
tracht zich te haasten
langs het terras 
met verbaasden
De dijk naar Marken 
komt naderbij
groen geschilderde 
huisjes rij na rij

Ik maak vlug 
een potloodkrabbel
geconcentreerd 
door het gekabbel
Van het water 
dat de stenen wast
ben minuten 
tot niemands last
Teken de lege hemel 
met één streep
krijg het water 
met vlekken in de greep

 


Wie ganzen zag vliegen 
van noord naar zuid
heeft horen roepen
vergeet nooit meer dat geluid
Kemphaantjes draaien 
om elkaar nabij een plas
zij dansen en dreigen 
met imposante verenjas
Drassig land van water
wind en koude
weinigen begrijpen 
dat wij daar van houden

Van alle kanten 
waait de wind
soms goed 
soms kwaad gezind
Voor Marken 
staat Het Zeepaard 
dat waakt 
over al wat vaart
Wit rijst hij 
uit het water
zijn licht gedoofd
dat schijnt later

 


Buitendijks liggen 
dorpen verzonken
de noodklok 
heeft vaak geklonken
Gevreesde stormen
dijkdoorbraken
mensen worstelden
om eruit te geraken
Het water nam bezit 
van kostbaar land
er schuilen vele huizen
onder het zand

Volg de dijk 
van Zuid naar Noord
reeds groeperen vogels
elk in hun soort
Keer op keer 
een nieuw vergezicht
na elke bocht 
verrassend licht
Een visdiefje 
duikt naar beneden
verrotte palen 
verwijzen naar het verleden

 


Op het IJsselmeer 
is er druk pleziervaart
veel bonte zeiltjes 
net een aanzichtkaart
De Zuiderzee 
ging vroeger erg tekeer
het is heden een 
monumentaal binnenmeer
Schepen zijn vergaan
de vissers verdronken
mannen vrouwen kinderen
hun namen meegezonken

Gierende motoren 
scheuren langs de dijk
een stoet met koetsjes 
nadert sierlijk 
Hordes skaters
surfers en de zeilen
vele uren kan men 
op deze plek verwijlen
Met stralend weer 
is er menigeen
zodra het regent 
rijden wij alleen

 


Als het stormt 
worden takken weggescheurd
komen koppen op de golven
wolken donker gekleurd
Koeien draaien van de wind
schapen groepen samen
vogels schuilen in bomen
boeren achter ramen
Geen wandelaar en fietser 
waagt zich in de wei
dan is het land verlaten 
als op een oud schilderij

Salamanders
de schuwe ringslang
reigers en kiekendief 
vertoeven hier al lang
Zwevend of verstoppend 
tussen de stenen
torenvalken dalen
muisjes zijn snel verdwenen
Een koekoek roept 
vanuit de bosjes
groepen spreeuwen 
kwetteren losjes

 


Rupsen zitten overal
ze verpoppen zich droog
in cocon verscholen
in koolwitje en dagpauwoog
Een vliegtuig dendert over
we ontwaken uit deze droom
de realiteit dient zich aan
het lichaam voelt nog loom
Groepjes wielrijders
willen snel voorbij
hun gehijg en gebel
irriteren mij

Het voorjaar 
toont zijn goede kanten
in zoveel kleuren 
én zoveel planten
Boeketten verstrooid
langs sloot en veld
wie plukt ze niet
het kost geen geld
Ze zitten echter vol
met beestjes en luizen
een paar uur later staan ze
verlept in de huizen

 


Waterlelies de gele plomp 
sieren vele plassen
we zien en genieten 
van onbekende grassen
Roze velden
met koekoeksbloemen
waarboven hommels 
en bijen zoemen
Het rietgors 
veenpluis en zonnedauw
zijn heel bijzonder
die vind je niet zo gauw

Waar eens 
brak water was
groeit melkkruid verscholen 
tussen het gras
Daar zijn veenwortel 
en heemst vrij zeldzaam
men leert ze kennen 
in het veld van naam
Met de kale jonker
moerasviooltje en koningsvaren
klaprozen staan
fleurig tussen korenaren

 


Waterland 
is door God gegeven
hier zou ik altijd 
willen leven
Een blauwe koepel 
vol met lichten
het is geen wonder 
dat wij zwichten
Leeuweriken vliegen 
recht naar boven
hoe kan men dit land 
beter loven

In de schaduw 
van een koe
ligt een kalf
beschermd door moe
Paarden draven
door de wei
één rolt op
zijn rug en zij
Veulens liggen 
op de grond
twee merries
staan er pront

 


Zonder reden
galopperen zij weg
steigeren hoog
stoppen bij de heg
De staarten
en manen wapperen
aan gespierde lijven
hun hoeven klapperen
Bij de afrastering
noppen ze bij elkaar
het lijkt liefkozen 
langs dat paardenhaar

De twee kerktorens 
van Monnickendam
verder aan de einder 
van E- en Volendam
Water en land 
komen er tezamen
een schilder 
zal dit panorama beamen
Verwenst snelwegen 
naar de hel 
koeien zitten goed 
in vlees en vel

 


Kleine vogels 
hippen tussen het riet
zonder verrekijker 
zie je hen niet
Populieren 
als coulissen
aan de slootkant 
bloeiende lissen
Een witte streep 
van wel honderd zwanen
het eerste hooi 
ligt al in banen

Op het land 
gelden andere wetten
niemand kan 
hun dat beletten
Dorpelingen kunnen 
aardig jennen
nieuwkomers 
vaak niet wennen
Stadsen denken 
het is hier niet pluis
en voelen zich 
nimmer thuis

 


Zomers zijn
de wegen druk bezet
fietsers worden 
aan de kant gezet
Davert de grote tractor 
die de rust vergalt
boeren werken hard 
voor er regen valt 
Wagens met bergen hooi 
worden weggereden
hooibalen automatisch 
geperst in sleden

Het spitsje 
van Broek in Waterland
net boven de bomen 
pronkt elegant
In de diepte 
van de Belmermeer
lopen honderden geiten 
rustig heen en weer
Laten ons door 
zwanebloemen verrassen
zien de wilgen 
en allerlei gewassen

 


Wij gaan liggen 
in het hoge gras
in wolken figuurtjes raden
alsof je nog een kind was
Wij praten zacht 
en wij dromen
wat er was 
en zal gaan komen
Verleden en heden 
verglijden in de wei
én boven aan de hemel 
aan ons voorbij

Wij worden als het gras
de aarde en de lucht 
als bomen en dieren
een kreet een zucht
Ontkiemen in gewassen
als mais en granen
worden weer jong met
lachen en tranen
Zo dromen wij van
wat aan God behoort
aan ons mensen gaf Hij
het kijken dat bekoort

 


Generaties 
zijn hier opgegroeid
in veel gezinnen
is het leven doorvoeld
Er is gewerkt gestreden 
geboren en gestorven
vruchten zijn geplukt
soms oogsten bedorven
Wij mogen reizen 
door dit kleine land
rondkijken wat fietsen 
fantaseren aan de kant

Liggend op de grond
is het erg warm
een mier steekt mij
pijnlijk in de onderarm
Er kriebelen beestjes
aan mijn benen
zij komen tevoorschijn
nu de kou is verdwenen
Alle soorten torren
wespen en trage slakken
Kevers een duizendpoot
spinnen hangen aan de takken

 


Onder een platte steen
krioelt het van leven
wormen en pissebedden
allen zullen sneven
Een loep is nodig
voor de gegroefde lapsnuittor
iedereen mag het lieveheersbeestje
evengoed zit voor elk raam een hor
Fijn zilver lijkt het rag
een dikke kruisspin
heeft een vlieg gevangen
hij zit helaas er middenin

Steeds minder kunnen mensen
zomaar ergens zitten
in 't weiland lopen
of in 't hooi liggen pitten
Elk lapje grond is afgezet
met prikkeldraad
goed uitkijken 
voor schokkend draad
Je rijdt banden lek
haalt kleding en handen open
moet een nieuwe broek 
en band gaan kopen

 


Groepjes koeien 
doen aan Voerman* denken
levende beelden 
als geschenken
Verten wijken 
in grijs en blauwen
met kabaal passeert 
een zwerm kauwen
In het kroos 
trekken eenden sporen
acht jongen volgen 
die zijn hier geboren

Dwalen verder 
van dijk de polder in
naar Zuiderwoude 
en fietsen gezwind
Door weilanden 
naar voetveer Holysloot
waar Bart* vaart 
met hond en boot
We steken traag
het Die* over
naar het dorp 
verscholen tussen lover

 


Het witte kerkje 
van Holysloot
is symbool 
voor elke dorpsgenoot
In café De Stolp* 
werd vroeger gefeest
alle inwoners 
zijn daar vaak geweest
's Zaterdags was er dansen 
voor de hele kliek
bruiloften en partijen
film en muziek

Een brede sloot 
als verborgen schat
het allermooiste uitzicht 
zo dicht bij de stad
De helft zit erop 
het viel best mee
likken aan een ijsje 
en drinken thee
Afscheid van Holysloot 
doet soms pijn
wie zou hier niet 
altijd willen zijn

 


Een kever zingt zijn lied
kanovaarders peddelen langs
wilgen scheiden land en kant
op een erf een tamme gans
Een zonneharp schijnt
vanachter een wolk
muggen doen een groepsdans
meeuwen schreeuwen boven een kolk
Een vis met rode vinnen
de ruisvoorn zwemt er los
verder kun je zien
de onbekende winde en de pos

Sloten zitten vol met vis
vinnen steken er bovenuit
ze paren ze rijen
en ze schieten kuit
De sloot wordt modderzwart
het spettert het spat
wij kijken met open monden
naar het liefdesspel en worden nat
Er zwemt daar aal en karper
baars en grote snoeken
van deze laatste
bakken boeren koeken

 


Vertrekken dan ook 
met lichte smart
vervolgen gestaag 
het smalle pad
In Ransdorp 
beklimmen wij de toren
voelen ons klein 
en verloren
Boven op die vierkante berg 
van gestapeld steen
tussen hemel en aarde 
giert wind om ons heen

Een uitzicht 
over land en water 
Amsterdam 
het wordt wat later
Wij zitten 
in De Zwaan*
eten daar 
gebraden haan
Drinken bier 
en brandewijn
voelen ons 
natuurlijk fijn

 


Geen land ter wereld
kan lang bekoren
van de Noordpool 
tot d'Azoren
Het is daar te koud
stoffig of te droog
veel te heet 
of veel te hoog
Geef mij maar 
het platteland 
met zijn dijken
klei en zand

Een kunstenaar
werkt aan de Waal
zijn ezel staat klaar
vlak bij de overhaal
In Waterland
leun ik op een hek
ruik het water
bij mijn geliefde stek
Hoor de vogels zingen
zie grote wolken 
vormen en verwaaien
de koeien worden gemolken

 


Wil de wereld bedwingen
op het tekenvel 
het potlood danst
dat tekent wel
Vlakken suggereren
de wijde lucht
voor mooimakerij 
ben ik beducht
Strepen en vegen 
wordt gras en bomen
voor dit landschap
ben ik gekomen

In negentienzestien 
was hier watersnood
verplaatsten bewoners 
zich per boot
Stonden koeien 
in de kerk
daarna was er
voor jaren werk
Koninginnedag 
werd groots gevierd
vrijmarkt en dansen 
in een sliert

 


We lezen hardop 
namen als Liergouw
Kwadijk Dijkeinde 
de Nieuwe Gouw
IJdijk Molenpad 
Zuideinde Oosteinde 
Zeevang Oude Vennen
en natuurlijk Westeinde
Poppendammergouw 
vergeet je niet zo snel
Kerkenpad en Kerkenlaan 
die kent men wel

Burkmeer klinkt wel vreemd
met Barnegat en Bozemeer
Ark AE en Priesterpolder 
volgt de lange Weren
't Nopeind en de Gouwzee
daarna Overleek
Verdeek De Nes 
en de Binnenbraeck
Nieuwendam
spreekt mij wel aan
waar ik ook fiets 
ben daar nooit ver vandaan

De Munt
is geen geld
het is polderland 
tevens bloeiend veld
In de beruchte
en verzwegen Volgermeer
stortten bekende bedrijven
jarenlang hun giffen neer
Smeerketel is niet vuil 
beneden peil blijkt Opperwoud
voor Pampus liggen 
kostte handenvol met goud

Kunnen hier 
niet genoeg van krijgen
vogeltjes kijken 
en we zwijgen
Om wat dat schone land 
ons biedt
bermbloemen
karekieten in het riet
Ons gemoed loopt vol 
in korte tijd
we scheiden 
hoe dan ook met spijt

 


Trots toont een jongen
een snoek van één meter
wij vingen stekelbaarsjes
kikkers met een veter
Dril scheppen in een potje
daarin zaten ze veilig
natuurlijk ging alles dood
het vissenleven was niet heilig
Wilde vogeltjes vangen
met een netje
wat mislukte
handigheid belette je

De jacht
is soms toegestaan
over stropen
wordt heimelijk gedaan
Hier en daar
staan verdekt de vallen
Fazanten en hazen
vrezen de scherpe knallen
Eenden- en konijnenbout
is een lekkernij
in deze streek 
vlak boven het IJ

 


In 't najaar 
gaan vogels trekken
Ganzen vliegen in V-vorm 
met gestrekte nekken
Hoor hun gegak 
ze draaien als afscheid 
ze vertrekken
houden de vleugels wijd
Kieviten en Grutto's zwermen mee
het zijn er velen
hun aanstekelijk geroep 
klinkt uit honderden kelen

Herfstige bladeren 
en kleurend riet
in bruinen en paarsen 
geel licht schijnt in het verschiet
Voor de laatste maal 
wordt gras gemaaid
sloten uitgediept 
de bollen gezaaid
Kinderen laten een vlieger op 
in doorschijnend rood
op de zeedijk 
ligt nu niemand bloot

 


Er zitten Zwaluwen 
naast elkaar op een rij
de eerste vogels zijn al weg
eindelijk gaan ook zij
Werkelijk duizenden Meerkoetjes 
vliegen over
een Reiger spreidt zijn vleugels
het lijkt net getover
Kwikstaartjes hippen 
op het smalle pad
twee Eksters verstoppen zich 
in een bladerengat

Vanzelf ga je
fluisteren
om de natuur 
te beluisteren
's Winters komen 
de schaatsers weer
wordt er bot geklopt *
op het IJsselmeer
Door kou zitten wij dan
in de stad gekluisterd
missen zo de torenvalk 
en de buizerd

 


Schaduwen worden langer 
met donkere lijnen
boten varen statig 
hun zeilen weerschijnen
In het stille water 
zonder enige rimpeling
de dag is bijna om
ik fluit en zing
Vol met beelden
doorgewaaid en moegefietst
voelen ons rijk
komen hier het liefst 

De zon zakt 
langzaam naar de kim
we zetten er flink 
de vaart in
De lucht 
kleurt paars en rood
lichten gaan aan 
op een boot
Voorwerpen worden 
vage silhouetten
een visser droogt zeilen 
en zijn netten

 


Fietspaden doorkruisen 
het boerenland
gemaaide bermen
bagger op de kant
Vetgemeste schapen 
en oude koeien
hun laatste rit
hoor ze klaag'lijk loeien
We lopen nu
de wind waait te hard
wolken trekken samen
we worden nat

De regen trekt 
een watergordijn
tot aan de horizon
opeens flitst weerschijn
Vlug een schuilplek zoeken
voelen harde windvlagen
de regen valt met bakken
we schuilen bij de hagen
Dan volgt de klap
evengoed nog onverwacht
de zon is verdwenen
het lijkt wel nacht

 


Donkere wolken
trekken snel voorbij
felle bliksemschichten
donderslagen horen wij
De lucht trekt open
stapelwolken torenhoog
rechts blauwe lucht
links verschijnt een regenboog 
Zeven kleuren tel ik
rood oranje een streepje geel
groen blauw en vaag wat indigo 
plus nog violet dat is veel

De brug is dicht
schepen gaan erdoor
een lage zon trekt
een lichte voor
Nescio* schreef hier 
zijn beroemde zinnen
over een lage zon 
die wij beminnen
Het getwinkel op het water 
is echt bijzonder
hij hield van
dit kleine wonder

 


Voor ons ligt de stad
gelijk een slapende reus
als hoogste de Rembrandttoren
we zien het en hebben geen keus
Kantoor- en flatgebouwen
steken overal bovenuit
alles lijkt hetzelfde
somber als een grijze kluit
Groter mooier en hoger 
schreeuwt de leus
tegen horizonvervuiling zijn
blijkt een wassen neus

Waterland verdwijnt 
achter de bomen
terwijl wij klimmend 
de brug op komen
Kijken we nog even 
over de schouder
willen vlug naar huis 
het wordt al kouder
Verliezen ons meteen 
in druk verkeer
volgende week 
gaan wij echter weer

 


Eindelijk thuis
badderen en avondeten
het was een dag 
om nooit te vergeten
's Nachts zwetend 
wakker schrikken
van de weg gereden
moesten wonden likken
De fietsen lagen boven
de schok kwam later
ik sta op 
drink een glas water

Terug in bed denk ik 
aan een vliegende zwaan
het zachte ruisen 
is mij als muziek toegedaan
Ingedommeld en dromend 
volg ik zijn vlucht en leven
voel mij meevliegen 
licht en verheven
Zie fietsers en wandelaars 
mensen aan het zonnen
u begrijpt het al
dit laatste is verzonnen

 


Zie de daken van boerderijen
de wegen en de sloten
bochtige dijken 
en varende boten
Er staan vogelaars 
met lange lenzen
naar het riet te staren
een dwaalgast* te wensen
Alle tinten groen
blauwe en rode plekken
een palet van
lichte en donkere vlekken

Zweef op de wind
vlieg over bomen
reik naar de wolken
kan daar niet komen
Het draait en tolt
val van boven naar benee
gelijk Icarus' duik 
in de zee
Door al deze avonturen 
krijg ik in fietsen zin
aldus slaap ik 
moegevlogen in

          ***

 
*Aantekeningen:

Schellingwoude - een dijkdorp aan het IJ in Amsterdam-Noord. 

Het West-End - een restaurant in Durgerdam. 

In De Scheepskameel - in 1999 een uitspanning in Uitdam, vernoemd naar de drijvende dokken waarmee in vroeger eeuwen de schepen over zandplaten werden gesleept. 
Anno 2003 was er restaurant Monzanillo. (momenteel een woonhuis).

Jan Voerman - kunstschilder (1857-1941), bekend door zijn schilderijen van koeien en de rivier de IJssel.

Bart John - de pontbaas in Holysloot. 

Aaën en Dieën - plassen en lange brede sloten die zijn ontstaan door dijkdoorbraken. 

De Stolp - inmiddels gesloten dorpscafé in Holysloot.

De Zwaan - hotel en café in Ransdorp.

Bot kloppen - deze wijze van vissen op het ijs werd in vorige eeuwen toegepast.

Dwaalgast - afgedwaalde vogel, die niet thuishoort in het gebied waar hij waargenomen wordt.

Nescio - (J.H.F. Grönloh 1882-1961) schrijver van o.a. De uitvreter en Titaantjes. 

 

Colofon

De bundel 'Fietstocht door Waterland' is ontstaan in 1999. 
Arnold Nieuwendam is van beroep kunstschilder 
(Arnaldo) en fietst al meer dan dertig jaar 
door Waterland. Vanaf 1976 komt hij er 
regelmatig met zijn vrouw Carla Klein 
(beeldhouwster en medailleur). 
Zij maakte, net als Arnaldo,
in deze streek veel
aquarellen. 

Het is bovenal een ode
aan dit waterrijke gebied. 

Uitgave: Arnaldo
C Beeldrecht - Amsterdam - 2000
De bundel is uitverkocht

Terug Poëzie

 

top

Home  I  Arnaldo  I  Olieverfschilderijen  I  Ontwerpen  I  Dieren  I  Poëzie  I
 
Telefoon: 020 6767026   of   e-mail: a.nieuwendam@upcmail.nl
 
            Ad kI  hI   Gitaar  I  Exposities  I  Artikelen penningkunst  I  Foto's  I  Carla Klein  I  Links  I hI   

arnaldo - carnies - bronzen-carlaklein

best. hanse deLiefde