ho  arn  olie  ont  die  poe  exp  pen  git  ck  lnk  ad kok

Back

INTERVIEW WITH ARNALDO - PAINTER & POET
 
Michel Pasman
Sint Lucas - Nieuwsbrief jaargang augustus 2009

Interview with Arnaldo: painter and poet (in Dutch)

Arnaldo schildert, fotografeert, schrijft artikelen en is een begaafd dichter. Zijn stijl heeft zich de afgelopen decennia sterk ontwikkeld van realisme naar impressionisme en van het expressionisme naar het abstracta-expressionisme. Hij is getrouwd met Carla Klein, beeldhouwster en médailleur, zij hebben ieder hun atelier aan huis. Natuurgebied Waterland is een grote bron van inspiratie voor Arnaldo. Op 26 mei 2009 sprak ik met hem in zijn atelier.

U schildert al meer dan 40 jaar?

Ik ben in 1946 geboren in het centrum van Amsterdam. Als kind tekende ik al. Met Pasen, Kerst en Sinterklaas mocht ik op de lagere school altijd de schoolborden versieren met kleurkrijttekeningen. Later, toen ik een jaar of tien was, wilde ik kunstschilder worden, maar dat mocht niet van mijn ouders. Je moest vroeger een vak leren, dus ik werd huisschilder. Veel beroemde schilders zijn begonnen als huisschilder en daarna overgestapt, dat heb ik ook gedaan.

Hoe oud was u toen?

Dat was een cruciaal moment, ik was toen ongeveer 27 jaar oud. Ik kon het schildersbedrijf waarin ik werkte overnemen. Op het moment dat ik bij de notaris het contract ging ondertekenen, bedacht ik me opeens. Ik dacht: "als ik dit doe dan kan ik nooit meer schilderen en nooit meer musiceren", want ik wilde ook gitarist worden. Toen ben ik weggelopen. Nou toen brak de hel los. Eigenlijk had ik vanaf dat moment een goed leven, heb daarna alleen maar gedaan wat ik echt wilde. Dat was in 1972. Toen nam ik schilderlessen bij Rob Jurrissen en tekenles bij Carla Klein, maar eigenlijk ben ik als kunstenaar autodidact.

Kon u leven van uw schilderijen?

Ik had een stuk of 25 leerlingen aan wie ik klassiek gitaarles gaf en daar leefde ik van. En als mensen een schilderij wilden, of het nou een Picasso was of een Matisse, voor 100 gulden schilderde ik het na. Absurd, als je daaraan terugdenkt, want dat kan natuurlijk helemaal niet. Maar dat soort dingen deed je, totdat je met kunstenaars in contact kwam en die zeiden: "Waar ben je nu mee bezig?"
 


Hoe is dat gegaan?

Dat is een proces, vooral mijn vrouw heeft me erop gewezen dat ik vooral moest maken wat ik zag en wat ik beleefde. Dus niet naar anderen kijken en zomaar overnemen. Je ziet het heel veel bij amateurschilders die bijvoorbeeld een Vermeer of een Van Gogh namaken. Ze denken dan dat het net zo goed is als het echte, maar eigenlijk is het meer imitatie dan inspiratie. Vanaf het moment dat ik in 1976 mijn vrouw ontmoette heb ik geprobeerd niet meer te kijken naar het werk van anderen, maar alleen origineel werk te creëren.

Was het noodzakelijk om die gitaarlessen te blijven geven om te overleven?

Ja, totdat mijn docent me vertelde over het bestaan van de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR). Maar de vakbond vertelde me dat ik hiervoor niet in aanmerking kwam omdat ik niet academisch geschoold was. Toen ben ik zelf naar de gemeentelijke sociale dienst gestapt.
Ik kwam op gesprek bij een ambtenaar om informatie in te winnen over de BKR. Vervolgens begint die ambtenaar een heel verhaal waarin hij onder andere zei dat ik nogal hard werkte. Toen zei ik: "Hoe weet u dat nou?" Waarop hij vertelde: "Ik ben je buurman; ik woon tegenover je en ik zie je de hele dag maar nieuwe schilderijen maken. Ik zal je helpen." Vervolgens heeft hij een rapport opgesteld. Daarna kwamen er twee kunstschilders van een commissie en die hebben mijn werk bekeken. De BKR werd mij toegekend en ik kreeg een voor mij behoorlijk bedrag waar ik wel een jaar van kon leven. Vanaf dat moment kon ik via die BKR schilderlessen nemen, materiaal kopen en ik heb later ook glas-in-lood maken geleerd. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nooit heb kunnen leven van de kunst. Ik ben geen beroemdheid en ook niet zo ambitieus als de meeste kunstenaars. Maar als ik het over zou doen, dan zou ik weer helemaal voor de kunst kiezen. Alle overbodige werkzaamheden stoppen en alleen maar schilderen. Want dan kom je nog verder, dan kun je je nog meer verdiepen in je werk.

Zou u dan nu op een ander punt zijn beland?

Daar twijfel ik over, ik denk het niet. Ik ben nogal heftig, ik werk dan een paar maanden wel en dan een tijd niet. En als ik dan weer aan het werk ga dan knalt alles eruit, als een vulkaan. Mijn vrouw is veel gelijkmatiger, zij werkt elke dag aan haar penningen of beelden. Maar ik bouw energie op en zet van tevoren de verf en een aantal doeken klaar. Je hebt een paar weken nodig om erin te komen. De materie weer leren, de verf, de kwasten. Je bent met die ondergronden bezig. Vier of zes doeken tegelijk. Als een bijvoorbeeld te nat wordt, zet je het weg en pak je een ander. Dan ga je daar weer verder mee. In een paar maanden tijd maak ik dan de mooiste schilderijen. Dat klinkt misschien nogal gemakkelijk, maar dat is absoluut niet te plannen. Het is een gevoel, heel expressionistisch.

Wat doet u in de periode dat u niet schildert?

Dan bouw ik websites in opdracht, voor het geld en speel ik veel gitaar. Het afgelopen jaar heb ik een stuk of dertig websites gebouwd. We hebben nu een wat regelmatiger inkomen, dus aan sites werken hoeft niet meer. Over twee jaar ben ik 65 en dan wil ik alleen maar schilderen en musiceren. Ander werk wil ik dan niet meer doen. Ik heb dan nog ongeveer 20 jaar om te werken, als ik gezond blijf. Alle kennis die je hebt opgebouwd komt er waarschijnlijk dan uit. Je hebt namelijk een lange tijd nodig om die kennis op te bouwen. Je kan het op latere leeftijd beter overzien en doorzien waar je mee bezig bent. Om als kunstenaar te groeien heb je een heel leven nodig. Je groeit tot aan je dood. Dat zie je aan Matisse, Picasso of Chagall.

Een paar maanden intensief schilderen en dan weer een tijd niet, geldt dat ook voor gedichten schrijven?

Ja, dat gaat ook met golven. Ik heb al bijna 200 artikelen over kunstenaars geschreven, hoofdzakelijk over penningkunst. Dat gaat wel regelmatig want elke ochtend schrijf ik een paar uur. Dat vind ik vrij intensief werk, ook moeilijk werk. Dat heb ik geleerd van Karel Soudijn. Maar inspiratie voor gedichten komt vooral op als je een heel goed weekend hebt gehad in de natuur. Zondagavond is het dan stil, je pakt papier en schrijft zo een aantal gedichten.

Komt die inspiratie ook terug in uw schilderijen of tekeningen?

Ik denk dat het allemaal met elkaar te maken heeft. Kleur en klanken zijn te vergelijken. Je moet je voorstellen als je muziek maakt dan gaat het om de klank. Vroeger speelde ik gitaar en dan was het meer een soort rammen: als je maar geluid kon maken. Als je ouder wordt dan hoor je opeens dat er prachtige melodieën zijn, baslijnen, begeleiding en dan een solo. Je hoort dan pas hoe mooi een meestergitarist eigenlijk speelt. Daar probeer je naartoe te werken en dat is met schilderen ook. Je hebt verschillende kleurnuances en je merkt dat je heel diep de materie in kan gaan. Dat is met gedichten net zo. Je merkt aan jezelf dat je het aan de ene kant feller wil zeggen en aan de andere kant wil je het duidelijker of zachter zeggen. Die nuanceverschillen worden groter en dat is een moeilijk proces. Want waar je mee zit, dat zijn je beperkingen, je hebt een plafond. Je hebt een bepaalde kennis en bepaald iets wat je kan, maar je komt niet buiten je eigen grenzen. Dat is het groeiproces want naarmate je ouder wordt heb je steeds meer meegemaakt en dan word je vanzelf milder, genuanceerder. Vroeger was ik veel feller.

Welke schilders inspireren u?

Vroeger waren dat natuurlijk de impressionisten: Degas, Van Gogh en Monet. De Vlaamse primitieven. Maar ook een Jan Voerman en Jan Mankes. Nog steeds hoor, die zijn nog steeds mooi. En niet te vergeten de Duitse expressionisten. Later in het Stedelijk Museum, waar ik heel veel geleerd heb van de tentoonstellingen. Ik ging iedere week daar naartoe, maandag- en vrijdagochtend, dertig jaar lang. Daar heb ik ook een film gezien over Willem de Kooning. Vroeger vond ik daar niet zoveel aan. Maar toen ik hem bezig zag ging er een wereld voor me open. Hoe hij alles opbouwde en te werk ging, heel anders dan hoe ik zelf schilderde. Die film was echt een eye-opener voor me. Ook Clifford Still, Anselm Kiefer, Jackson Pollock, Mark Rothko en Barnett Newman, dat zijn geweldige schilders. Zij werkten heel inspirerend want ik durfde daardoor zelf ook losser te werken en meer te doen. Vroeger was je banger of meer bekrompen. Je durfde het niet en dat herken ik nu ook bij anderen. Je ziet het vooral bij tekeningen, dat mensen heel hard, klein en benauwend tekenen; terwijl grote tekenaars juist dat hele vel papier nemen.

Wat is zo inspirerend aan Waterland voor u?

De ruimte en de stilte, een koepel van licht. Nederland is één van de meest dichtbevolkte landen ter wereld. We zijn met veel mensen hier. Mijn vrouw en ik zijn vaak in Waterland op momenten dat we de enigen zijn. Op een zomerdag sta je zo met 6000 man op die dijk, maar als je dan een bootje huurt in Holysloot (jachthaven John) en je gaat met een fluisterboot de plas op tussen het riet door, dan voel je echt de stilte. Alleen de wind, wolken en vogels. Dat zijn belevenissen die je niet meer vergeet. Als je geluk hebt ben je alleen in de natuur. Drie weken geleden hebben wij een uur langs het strand tussen Bergen aan Zee en Egmond aan Zee gewandeld zonder iemand tegen te komen. Dat was heel bijzonder, mijn vrouw heeft het er nog over. Je wordt heel klein in de natuur, de natuur die doet wat met je.

Heeft u vooraf een idee hoe het schilderij eruit zal komen te zien?

Nee, dat groeit terwijl ik schilder. Ik maak op het doek een globale indeling. Dan begin ik met ondergronden, een mooie ondergrond en zo dat het een beetje erdoorheen schijnt. Soms begin ik met geel en rood, en soms begin ik een schilderij op te zetten in een hele donkere toon: donkerbruin, donkergeel of donkerrood. Daar schilder ik dan overheen, zodat de warme kleuren erdoorheen komen schijnen. Dat maakt het juist zo mooi. Je begint heel dun te schilderen met veel verdunning en naarmate je vordert heb je tientallen lagen, soms wel een halve centimeter dik. Ik ga steeds vetter schilderen. Doe je dat niet, dan gaat het barsten. Dat zie je bij Carel Willink, zijn schilderijen uit het Stedelijk zijn gebarsten. Vreselijk, net craqueléwerk. Omdat hij allemaal lagen met verschillende spanningen over elkaar heen schilderde, zijn die barsten ontstaan. Dat kan natuurlijk niet, want zo’n doek moet zeker honderd jaar meegaan of een paar honderd jaar.

Schildert u in opdracht?

Niet meer, maar ik heb vroeger wel veel in opdracht gewerkt. Portretten, landschappen of iets kleurigs. Maar nu doe ik dat niet meer. Het heeft ook een beperking want mensen stellen vaak eisen aan je. Je moet dit, je moet dat en je moet zus. Je bent dan niet meer zo vrij als je zou willen.

Heeft u een vaste clientèle?

Ze vragen of je recent werk hebt en dan komen ze langs. Er waren drie verzamelaars die meer dan zestig werkstukken hadden. Een is er inmiddels gestorven. De meeste cliënten hebben een of meerdere werken van mij. Ik koop daar weer materiaal van. Het is eigenlijk een constante groei. De laatste jaren is die aankoop gestagneerd; of het nou door recessie komt of dat mensen hun geld vasthouden, dat weet ik niet. Een stuk of drie mensen hebben toegezegd een schilderij te kopen maar die zijn tot heden niet geweest, maar dat kan nog. Gelukkig word ik gesteund door enkele goede vrienden in Amsterdam en Antwerpen.

Je bent afhankelijk van collectioneurs om weer verf en doeken te kopen. Als mijn doeken op zijn dan schilder ik een paar oudere doeken over. Sommige zijn wel vijf keer overgeschilderd. Je groeit en iets spreekt je op een gegeven moment niet meer aan. Misschien schilder ik wel mijn mooiste schilderijen over, maar dat vind ik niet erg, want je mag die groei niet laten stoppen. Soms maak ik dan een serie aquarellen. Als ik het van de zomer opeens in mijn bol krijg, heb je ook kans dat ik deze recente schilderijen overschilder. Het is toch belangrijk dat je doorgaat, je moet niet stoppen. Stilstaan is achteruitgang.
 

Michel Pasman 2009

top

Back

 
I  Home  I  Arnaldo  I  Oil painting  I  Design  I  Animals  I  Poetry  I
 
Telephone: 0031 (0)20 6767026   or   e-mail: a.nieuwendam@upcmail.nl
 
Ad kI  hI    I  Exhibitions  I  Articles medal-art  I  Photoreportages  I  Guitar  I  Carla Klein  I  LinksAoIId kI  hI   

Sponsor: Carniesbusiness